Inclusie krijgt steeds meer aandacht in het mbo. Toch is het nog lang niet overal structureel verankerd. Volgens opleidingskundige en inclusie-expert Farah Ramezani liggen daar verschillende oorzaken aan ten grondslag. De precieze uitdagingen verschillen per school, maar een aantal knelpunten komt vaak terug. In dit artikel zetten we de 5 belangrijkste voor je op een rij, met praktische handvatten om ze aan te pakken.

1. Verwarring over wat inclusie écht betekent
“Sommige mbo-instellingen denken dat ze al inclusief zijn als ze de diversiteit onder hun studenten zien. Of als ze zeggen dat iedereen welkom is. Maar erkennen dat er verschillen zijn, zegt nog niets over hoe je daarmee omgaat. En dat is waar inclusie om draait: zó omgaan met verschillen dat iedereen het gevoel heeft zichzelf te mogen zijn en mee te kunnen doen – zonder ondergeschiktheid of aanpassing aan een dominante groep.
Deze ruimte voor eigenheid is meer dan ‘iedereen is welkom’. Want scholen die hun toegankelijkheid benadrukken, bedoelen soms eigenlijk alleen: ‘Je bent welkom als je je aanpast’. Anders-zijn is dan een probleem, niet een realiteit om te koesteren.”
2. Inclusie wordt gezien als ‘extra taak’
“Het is een veelgehoorde verzuchting in het mbo: ‘Komt dit er óók nog bij?’ Docenten zien bijdragen aan inclusie dan als extra taak, die de toch al hoge werkdruk alleen maar hoger maakt. Maar inclusief handelen ís niet iets wat je erbovenop moet doen – waar je ruimte voor moet maken naast de kern van je vak. Het is ook niet iets wat alleen bij sommige docenten hoort, terwijl anderen het kunnen laten liggen. Ik zie het als een professionele basiscompetentie: iets waar je meer of minder talent voor kunt hebben, maar wat álle docenten moeten kunnen. En scholen dienen daar ruimte voor te creëren in het ontwerp van hun opleidingen, van roosters en toetsen tot lesmateriaal.”
3. Te afhankelijk van losse enthousiastelingen
“Docenten moeten niet alleen inclusief kúnnen handelen, ze moeten dat ook dóén – welk vak ze ook geven. Nu nog ligt de aandacht voor inclusie vaak bij specifieke personen, zoals mentoren, zorgcoördinatoren en burgerschapsdocenten. Dat maakt die aandacht beperkt en kwetsbaar: het blijft dan afhankelijk van een paar bevlogen collega’s, verankert zich niet in het dagelijks onderwijs en kan dus ook weer verdwijnen. Het is noodzakelijk dat inclusief denken en handelen in de hele leeromgeving terugkomt: van lessen, praktijkopdrachten en beoordelingen tot het gedrag van docenten, conciërges en stageaanbieders. Alleen dan kan het zo vanzelfsprekend worden als het hoort te zijn.”
4. Kleine interacties worden onderschat
“Gesprekken over inclusie gaan vaak over grote thema’s: kansenongelijkheid die toeneemt, systemen die niet werken, beleid dat anders moet. Dat is goed. Maar ook op kleiner niveau speelt er veel wat bepalend kan zijn. Denk aan docenten die een grapje maken over een accent, een lage verwachting uitspreken, een stille student nooit uitnodigen om iets te zeggen. Of die juist regelmatig inchecken, oprecht interesse tonen, zich afvragen wie ze wel en niet horen, en iedereen de ruimte geven om mee te doen. Zulke micro-interacties kunnen voor studenten het verschil maken tussen afhaken en zich gezien voelen, tussen gefrustreerd en gemotiveerd raken, tussen schoolverlating en diploma.”
5. Het systeem werkt niet altijd mee
“Inclusie ontstaat niet vanzelf. Docenten kunnen pas blijvend inclusief werken als het systeem waarín zij werken daar ruimte voor biedt. Dat vraagt om een herontwerp: om goede trainingen en constante ondersteuning, maar ook om concrete aanpassingen van het dagelijks onderwijs – van de normen die bepalen hoe studenten geacht worden mee te doen in de les, welke leer- en toetsvormen als ‘normaal’ worden gezien en hoe tijd en ruimte in roosters zijn verdeeld. Zo voorkom je weerstand bij docenten en is brede, structurele inclusie mogelijk. Met een opnieuw ontworpen systeem bouw je aan onderwijs waarin alle studenten tot hun recht komen. Waarin ze het beste uit zichzelf halen.”
Inclusie als fundament van goed onderwijs
Echte inclusie ontstaat wanneer het verweven is in alles wat een school doet. Wanneer elke student zich gezien voelt en de kans krijgt om het beste uit zichzelf te halen. Dat vraagt om bewuste keuzes — van beleid tot klaslokaal, en van strategie tot dagelijkse interacties.
Meer lezen over inclusiviteit in het mbo?
Wil je inclusie niet alleen begrijpen, maar ook écht toepassen in jouw school of klas? Vraag dan het gratis magazine over inclusief onderwijs aan. Je vindt er praktische inzichten, voorbeelden uit de praktijk en concrete handvatten om inclusie duurzaam te verankeren.
Meer lezen

Zo werkt ThiemeMeulenhoff aan inclusie
Wat gebeurt er als leerlingen zichzelf niet terugzien in lesmateriaal? ThiemeMeulenhoff laat zien hoe inclusie, via bewuste keuzes in taal, beeld en toegankelijkheid, de basis vormt voor goed onderwijs.
Docenten bouwen mee aan het nieuwe Traject Zorg
Hoe sluiten lesmaterialen beter aan op de zorgpraktijk? In dit traject bouwen mbo‑docenten actief mee aan vernieuwende leermiddelen, samen met experts uit het zorgonderwijs.