Hulp bij inloggen     winkelwagen
Blogs mbo ThiemeMeulenhoff

Blogs Voor het mbo

Hybride leren in het mbo: hoe en waarom?

Voor mbo-docente Shauna Plompen staat het buiten Shauna Plompenkijf: ‘Juist hybride onderwijs bereidt studenten goed voor op hun latere beroep’. Dat ziet ze ook op haar eigen school, ROC van Flevoland, waar ze als projectleider verantwoordelijk is voor de implementatie van dit onderwijs in de opleidingen Verpleegkunde en Maatschappelijke Zorg. Maar wat is ‘hybride leren’ precies? Waarom is het zo effectief? En wat heeft een school ervoor nodig?

Het woord ‘hybride’ valt steeds vaker in relatie tot onderwijs. Maar het lijkt niet voor iedereen hetzelfde te betekenen. Wat versta jij eronder?

‘Sommigen bedoelen er de mix van online en offline onderwijs mee. Voor mij gaat het om de combinatie van “leren op school” en “leren in de praktijk”, waarbij docenten en het werkveld samen een krachtige, beroepsgerichte leeromgeving ontwerpen. Daarbij is er een verwevenheid van vier kwadranten. Het eerste kwadrant is dat studenten “leren door te doen” – dus tijdens het echte werkproces. Het tweede is dat studenten kennis opdoen in het klaslokaal of tijdens onderwijsmomenten op de stageplek. Het derde dat ze via simulaties de skills oefenen die ze nodig hebben voor de beroepspraktijk. En het vierde dat ze reflecteren: wat gaat goed en welke aanpak is beter? Hier staan ze bij stil met docenten, begeleiders, collega’s en waar mogelijk ook met cliënten of patiënten – oftewel: waar en met wie ze ook aan het leren zijn.’

Om als opleiding hybride onderwijs in te richten, moet je al die kwadranten dus goed met elkaar verweven. Waar moet je hierbij vooral op letten?

‘Zorg dat je de beroepspraktijk als uitgangspunt neemt. De kennis en vaardigheden die studenten op school opdoen, moeten naadloos aansluiten bij de beroepstaken die zij in de praktijk uitvoeren en bij de beroepscontext waarin zij werken. Zo wil je in het zorgonderwijs aandacht besteden aan verschillende typen zorgvragers, maar wel vooral díegenen met wie studenten daadwerkelijk in aanraking komen. Hoe je erachter komt wat nodig is? Vraag het de opleidingsadviseurs en professionals in het werkveld. Zij kunnen je als geen ander helpen bepalen wat studenten moeten kennen en kunnen om een wendbare professional te worden – en hoe ze dat moeten aanleren. De kunst is het juiste evenwicht te vinden tussen de wensen van de werkvloer en de algemene eisen van de overheid. In een gelijkwaardige samenwerking is dat zeker mogelijk. Onze zorgopleidingen zijn hier het bewijs van!’

Jij bent bij die opleidingen verantwoordelijk voor de invoering van hybride leren. Hoe begonnen jullie hiermee?

‘Voordat ik bij dit roc kwam werken was ons team al bezig met het vormen van een visie op hybride onderwijs. Ook hadden we al leerwerkplekken waar docenten onderwijsmomenten verzorgden in de praktijk. Een bedrijf gespecialiseerd in hybride onderwijs maakte een diagnose van onze opleiding en gaf handvatten om te starten. Van daaruit zijn we planmatig aan de slag gegaan. Met de Opleidingsmanager en Coördinator Beroepspraktijkvorming ben ik in 2020 met een aantal grote werkgevers bij wie we geregeld stagiairs plaatsen in gesprek gegaan. We stelden voor om nauwer samen te werken en schetsten hoe wij dat voor ons zagen, gebaseerd op het hybride model.’

Hoe reageerden die organisaties?

‘Enthousiast! Zeker ook op het idee om twee pilots te beginnen voor tweedejaars; zowel in onze Verpleegkunde- als onze Maatschappelijke Zorg-opleiding. Voor elke opleiding hebben we “learning communities” opgezet. In elk van deze communities zitten sindsdien minimaal twee docenten van de opleiding, twee professionals van een regionale zorgorganisatie en een opleidingsadviseur van deze instelling. Bovendien schuif ik zelf ook bij alle community-overleggen aan. We hebben minstens één community per leerroute. Bij de opleiding Verpleegkunde gaat het dan bijvoorbeeld om de leerroutes ziekenhuiszorg, verpleeghuiszorg en thuis- of wijkzorg.’

Je bent op jouw school Projectleider Hybride Onderwijs. Is zo’n rol essentieel?

‘In het begin van de implementatie zeker. Onder meer om de communities de juiste impuls te geven, hun ideeën met elkaar te verbinden en het hybride onderwijs een heldere, stevige structuur te geven. Maar na een jaar of drie zou die samenwerking stabiel genoeg moeten zijn om zonder overkoepelende projectleider verder te kunnen. De meerwaarde van hybride onderwijs zal dan ook heel duidelijk merkbaar zijn; dat zal iedereen motiveren. Bij ons vinden begeleiders op de werkvloer het dankzij hun samenwerking met docenten nu al veel makkelijker om groepen te begeleiden. En docenten krijgen extra inzicht in de werkpraktijk, waar ze hun onderwijs op toespitsen. Studenten vertellen bovendien sneller waar ze in hun stage tegenaan lopen als hun docent en praktijk- of werkbegeleider beiden voor de klas staan. En door dit alles blijken zij eerder de juiste kennis op het juiste moment toe te passen. Die betere transfer is een gigantisch pluspunt van hybride leren.’

Zijn er ook nadelen?

‘De overstap naar deze onderwijsvorm is best een arbeidsintensief project dat op veel niveaus om verandering vraagt. Het vereist een cultuuromslag. Zo moeten kernteams zich aanpassen aan de learning communities, gaan docenten meer het veld in en krijgt de opleiding een andere inrichting. Bij ons wilde iedereen dit, maar als mensen zo’n transformatie spannend vinden, zetten ze misschien de hakken in het zand. Die weerstand kan lastig zijn om te voorkomen of weg te nemen. Zoals het een uitdaging kan zijn om te bepalen wat studenten precies moeten leren. Hoe bepalend zijn de wensen van specifieke organisaties in je learning communities? Is er genoeg ruimte om ook breder te kijken en de eisen van andere potentiële werkgevers in de regio mee te nemen? Daar leid je studenten immers eveneens voor op. Verder kunnen er soms logistieke moeilijkheden zijn. Niet elke werkgever heeft bijvoorbeeld altijd een goede plek waar een groep studenten rustig met docent en praktijkbegeleider in gesprek kan gaan.’

Zijn dit ook de nadelen die scholen verwachten bij de overstap naar hybride onderwijs?

‘Nee, ik hoor eerder dat docenten bang zijn dat ze precies moeten weten wat er op de werkvloer speelt om op locatie les te kunnen geven. Die angst hoeft er niet te zijn. Ik had zelf bijvoorbeeld geen idee wat er exact speelde bij de gehandicaptenzorgorganisatie waar ik met mijn studenten heenging. Mijn kennis van wat wij als opleiding aanbieden was in principe genoeg. De zorgprofessional met wie ik lesgaf kon die kennis ter plekke aanscherpen en aanvullen. Een ander vooroordeel is dat hybride onderwijs te duur zou zijn. Wij hebben laten zien dat het wel degelijk betaalbaar is – althans, als je je onderwijs anders inricht, zoals wij nu met leerroutes werken en goed nadenken over wie wat waar en wanneer doet. Wanneer studenten zelfstandig moeten werken, bijvoorbeeld, wanneer er een docent moet zijn en wanneer er een zorgprofessional nodig is.’

Betaalbaarheid mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van onderwijs. Hoe zorg je als school dat je deze kwaliteit behoudt?

‘Wees vooral niet bang om af te kijken. Neem gewoon contact op met een mbo-school die al hybride onderwijs heeft ingevoerd en hiervoor goedkeuring heeft gekregen van de inspectie. Dat hebben wij ook gedaan. Gesprekken met zo’n roc kunnen heel verhelderend en inspirerend zijn. Begin verder klein; een proeftuin met één klas, opgedeeld in groepjes. Dan kun je snel en makkelijk verbeterpunten vinden en doorvoeren voordat je opschaalt. Maak voor je proeftuin bovendien een helder programma en een vaste structuur voor lessen: geef die bijvoorbeeld relevante thema’s, deel per les eerst kennis, koppel die aan de praktijk, ga dan samen klinisch redeneren of cliënten bespreken, en eindig met reflectie of intervisie. Maar timmer inhoudelijk niet alles dicht! Je moet altijd kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen – bijvoorbeeld hoe professionals moeten omgaan met de plotselinge opkomst van een onbekend virus. Praktijkgerichte flexibiliteit is cruciaal voor hybride onderwijs.’

Zelf aan de slag? Bekijk ook de lesbrief over activerend lesgeven die we samen met Shauna maakten.

 

Shauna Plompen is docent Omgangskunde/Pedagogiek, Studentloopbaanbegeleider en Projectleider Fieldlab 2.0 (Hybride Onderwijs) op ROC van Flevoland. Daarnaast is ze als eigenaar van Blijven Leren (www.blijvenleren.net) spreker en trainer/coach op het gebied van effectief lesgeven.

Ontvang automatisch een berichtje als er nieuwe blogs of lesbrieven online staan!

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Altijd als eerste de nieuwste in je inbox?