delen
Terug naar overzicht

Het nieuwe MBO

Vaardigheden aanleren met het OOTT-model

Bij zorg, welzijn en dienstverlening leren je studenten de belangrijkste beroepsvaardigheden volgens het OOTT-model. Daarbij gaan ze steeds zelfstandiger aan de slag en vertalen dit ten slotte naar situaties in de beroepspraktijk. Observatielijsten helpen om handelingen van de student te kunnen beoordelen.

Vier fasen

Het OOTT-model voor het aanleren van vaardigheden bestaat uit vier fasen: 

Oriënteren 
Opdrachten die betrekking hebben op het doel en het niveau van de vaardigheid, de benodigde achtergrondkennis; oriëntatie op hoe de vaardigheid in elkaar zit, welke deelvaardigheden noodzakelijk zijn, eventueel een demonstratie. 

Oefenen
De opdrachten dagen de student uit de demonstratie te imiteren, te oefenen in een gesimuleerde situatie in een skillslab, op school (praktijklokaal), in de thuissituatie of in een organisatie. Het gaat hierbij om het aanleren van de deelhandelingen, de samenhang (integratie) van deelhandelingen, snelheid en coördinatie van handelingen (automatisering). 

Toepassen
Hierin staat het uitvoeren van de vaardigheid in de praktijk centraal. Zo nodig in tot de gebruikte protocollen in de organisatie en de specifieke situatie van de klant of cliënt. Integratie van de vaardigheid in het handelingspatroon van de student en automatisering van de juiste toepassing krijgen in deze fase meer aandacht. 

Transfer
In deze fase gaat het om toepassing van de vaardigheid in diverse situaties (andere cliënten, andere omgeving enzovoort). In de verwerkingsopdrachten staan vragen die gericht zijn op wat anders is in de situatie en op welke andere manier de student dan handelt. 

Het OOTT-model sluit goed aan bij het 4C/ID-model van Merriënboer en Kirschner*. Deze gaat net als bij het OOTT-model uit van het leren vanuit de praktijk waarbij de uiteindelijke complexe vaardigheid centraal staat: eerst leren onder goede begeleiding, vervolgens steeds zelfstandiger. De leertaken zijn opstapjes naar het uiteindelijke doel. Er is veel aandacht voor deeltaakoefeningen in de vorm van herhalingen en oefeningen voor routineaspecten. 

N.B. Bij de vaardigheden in de basisdelen van Traject Dienstverlening gaan we er niet vanuit dat studenten al een BPV-plek hebben. Daarom is Transfer het eerste moment om de vaardigheid in het leerbedrijf toe te passen. Bij Oefenen en Toepassen zorgen we voor een oplopende moeilijkheidsgraad en/of zelfstandigheid.

* Merriënboer, J.G., Kirschner P.A. (2013). Ten steps to complex learning, second edition. New York, Routledge.