Hulp bij inloggen     winkelwagen
Header NT2 | methode voor anderstaligen | ThiemeMeulenhoff

NT2+

Hoe we onze NT2-lessen digitaal maakten en cursisten tevreden hielden

Ik geef met veel plezier Nederlands aan anderstaligen. En ik ben co-auteur van onder meer Code+, ThiemeMeulenhoffs methode voor Nederlands als Tweede Taal (NT2). Wat ik zo leuk vind aan mijn werk? En hoe ik mijn cursisten motiveer – juist ook in deze tijd van digitaal lesgeven? In dit blog vertel ik je erover.

Vrijwel iedereen kan een taal leren. Maar hoe werkt dat precies? Wat gebeurt er in iemands hoofd? Dat soort vragen heb ik altijd interessant gevonden. Vandaar dat ik Toegepaste Taalwetenschap ging studeren. Tijdens deze studie hoorde ik een docent eens heel enthousiast vertellen over NT2-onderwijs. En vanaf toen wist ik: ‘Dát is wat ik wil: anderstaligen Nederlands geven.’
 
Voor ik daarmee begon, wilde ik echter meer kennis en vaardigheden opdoen. Dus rondde ik eerst Toegepaste Taalwetenschap af, evenals mijn doctoraal Nederlands. Ook volgde ik nog een postdoctorale lerarenopleiding Nederlands, een post-hbo-opleiding Docent NT2 en een Advanced Master’s Programme in de taalkunde. Daarna voelde ik me er klaar voor. Zodra een hoogleraar aan de UvA me wees op een vacature bij het Instituut voor Nederlands Taalonderwijs en Taaladvies (INTT), greep ik mijn kans.

Prachtige teksten

Ik solliciteerde, kreeg de baan en ben nooit meer weggegaan. Na 22 jaar vind ik mijn werk op het INTT nog steeds geweldig. Onder meer vanwege de variatie. Zo geef ik les aan hoogopgeleide anderstaligen, maar schrijf ik ook mee aan NT2-leermiddelen als Code+  én begeleid ik soms Nederlandse eerstejaars studenten die het lastig vinden academische teksten te schrijven. Daarnaast vind ik het interessant om veel mensen uit andere culturen te ontmoeten. Bovendien geeft het me een goed gevoel hen te kunnen helpen in Nederland een bestaan op te bouwen – door ze de taal te leren.

Met sommige cursisten heb ik ook contact gehouden na hun NT2-cursus. Bijvoorbeeld met een moeder van drie pubers die in Nederland de kracht vond om uit een slecht huwelijk te stappen. Of met een meisje van in de twintig dat inmiddels op de toneelschool zit en prachtige teksten schrijft – in het Nederlands.

Online cursussen

Nog een reden waarom ik het hier fijn vind, is mijn team. We zijn een groep hechte collega’s die constant materiaal en ideeën uitwisselen. Helemaal toen we door corona moesten omschakelen naar online lesgeven. Niemand van ons had daar enige ervaring mee.  Persoonlijk had ik bijvoorbeeld zelfs nog nooit een online vergadering bijgewoond. Ik heb snel uitgezocht wat allemaal mogelijk was binnen onze digitale leeromgeving en welke videoconference-tools er waren. Vervolgens heb ik met mijn collega’s gebrainstormd over hoe we de online lessen het best konden aanpakken.

Normaal gaven we een klas van zestien mensen altijd drie uur achter elkaar les. Maar voor Zoom-onderwijs leek drie uur ons te lang en zestien personen te veel. We besloten elke klas op te delen in twee groepjes van acht en iedere groep ruim een uur online les te geven. Voor bijvoorbeeld de grammatica of luisteroefeningen gaven we ze ter voorbereiding van die les uitgebreide PowerPoints. De tijd in Zoom kon dan optimaal benut worden voor interactie, toepassing en activering, waarbij we veel gebruik maakten van de break-out rooms.

Voldoende ervaring

Net als in fysieke lessen lag het accent vanaf het begin op spreken; iets wat ze buiten de les veel moeilijker zelfstandig oppakken. Interactieve spreekoefeningen vormen nog altijd 80 procent van onze cursussen. En die oefeningen proberen we zo gevarieerd mogelijk te maken, zodat cursisten gemotiveerd en scherp blijven. Voor deze afwisseling gebruiken we bijvoorbeeld online tools, zoals Wordwall . Ook zorgen we dat cursisten zo nu en dan fysiek actief zijn, zodat ze niet alleen maar naar het scherm kijken. We laten ze bijvoorbeeld oefeningen doen als ‘Sta op, zoek een groen voorwerp in je kamer en beschrijf dat aan je medecursisten’.

We merkten op een gegeven moment dat een uur les niet genoeg was; dat onze online cursisten meer wilden, aankonden en nodig hadden. Nadat we voldoende ervaring hadden opgedaan met online lesgeven en de techniek goed onder de knie hadden, bleek het bovendien best mogelijk om zestien mensen tegelijk les te geven. Daarom beginnen onze lessen nu met 75 minuten gemeenschappelijke Zoom-tijd, waarin we de break-out rooms veel gebruiken. Daarna hebben de cursisten een kwartier pauze en hebben ze een halfuur individuele werktijd, waarbij ze de hulp van de docent altijd kunnen inroepen. We eindigen de les met nog een gemeenschappelijk uur.
 

Groter bereik

Als docent geef ik soms klassikale uitleg, bijvoorbeeld aan de hand van fouten die ze tijdens spreekopdrachten maken. Zo’n uitleg duurt echter nooit langer dan tien minuten: ik wil hun aandacht niet verliezen. Ik ga vooral van break-out room naar break-out room. Om te checken hoe het gaat, om te corrigeren én om te complimenteren. Want het is belangrijk om cursisten succes-ervaringen te bieden. Net zoals dat het belangrijk is aanspreekbaar te zijn voor vragen – tijdens de break-out-room-sessies én het halfuur zelfstudie. Zo noem ik al aan het begin van elke les ieders naam en vraag ik even hoe het gaat.

Ik denk dat deze persoonlijke aandacht essentieel is; dat die er sterk aan bijdraagt dat onze lessen impact hebben en heel positieve feedback krijgen. Veel cursisten hopen zelfs dat we ook na corona online cursussen blijven aanbieden, onder meer omdat dit digitale aanbod veel reistijd scheelt. Hoe we precies aan die wens tegemoet gaan komen? Dat moeten we nog bepalen. Maar dat een deel van ons aanbod digitaal blijft, staat vast. We hebben uit noodzaak sterke, motiverende online lessen ontwikkeld. En die blijken voor studenten makkelijker te combineren met een fulltime baan en/of druk gezinsleven. Onze cursussen worden zelfs gevolgd door mensen in het buitenland! Zo vergroten we ons bereik én dat van de Nederlandse taal. Het zou zonde zijn daarmee te stoppen.


Karolien Kamma NT2

Karolien Kamma is sinds 1999 docent aan het Instituut voor Nederlands Taalonderwijs en Taaladvies (INTT) van de UvA. Ze geeft hier les aan hoogopgeleide anderstalige volwassenen en traint de schrijfvaardigheid van Nederlandstalige eerstejaarsstudenten. Ook is ze co-auteur van NT2-methode CODE Plus (2004) en zowel co-auteur als -eindredacteur van de meest recente opvolger: Code+ (2018).