Hulp bij inloggen     winkelwagen
Header NT2 | methode voor anderstaligen | ThiemeMeulenhoff

NT2+

NT2-methode Code+

"De praktijk is ons uitgangspunt"

Steeds meer opleidingen voor Nederlands als Tweede Taal (NT2) kiezen voor de lesmethode Code+. Wat maakt deze methode van ThiemeMeulenhoff zo anders dan andere? Hoe is zij ontstaan? En wie zijn de drijvende krachten erachter? Drie NT2-experts geven antwoord. “Bewezen didactiek, actuele teksten en volop online mogelijkheden: die mix wérkt.”

De motivatie

De eerste keer dat Anne Hammers over NT2-onderwijs hoorde? “Mijn lerares Nederlands op de middelbare school maakte altijd wilde gebaren in de klas. Toen ik haar eens vroeg waarom, zei ze: ‘Ik ben gewend les te geven aan anderstaligen. Dan moet je veel met je handen praten.’ ‘Wat leuk’, dacht ik, ‘Nederlands leren aan anderstaligen. Dat wil ik later ook.’” En die droom realiseerde ze: tegenwoordig is Anne NT2-docent aan de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU).
Karolien Kamma – eveneens NT2-docent, maar dan aan het Instituut voor Nederlands Taalonderwijs en Taaladvies (INTT) van de Universiteit van Amsterdam (UvA) – herkent zich in Annes ervaring. “Bij mij was het een docente aan de universiteit die gepassioneerd over NT2 vertelde. Zij heeft me aangestoken. Nog tijdens mijn studie liep ik stage als NT2-docent en wilde ik niets anders meer.”

Bij Folkert Kuiken, ten slotte, kwam de interesse voor NT2-onderwijs ook op in zijn studietijd. Hij volgde de opleiding Algemene Taalwetenschap en gaf ondertussen als vrijwilliger Nederlands aan Marokkaanse mannen in de buurt. “Ik leer graag andere culturen kennen. En als je lesgeeft aan anderstaligen, hoef je daar niet eens voor te reizen. Dan komt de wereld naar jou toe.”
Karolien knikt enthousiast. “De wereld staat bij je op de stoep;  dat is fantastisch. En je kunt als docent echt een verschil maken. Vluchtelingen komen hier bijvoorbeeld vaak met weinig tot niets. Die moeten alles opnieuw opbouwen. De Nederlandse taal beheersen is daarvoor essentieel.” Ook “superinteressant” vindt ze hoe cursisten naar de taal kijken. “Ze zien dingen waar Nederlandstaligen nooit bij stilstaan. Waarom zeggen of schrijven we iets zus en niet zo? Een cursist schreef eens ‘De koningin lacht elke dag glim’. Want het is tenslotte ook ‘Hij maakt het huis schoon’. Dat soort dingen zijn prachtig om te zien.”  

De methode

Folkert begon vlak na zijn studie NT2 te doceren aan de VU. Acht jaar later (hij was net klaar met een promotieonderzoek) vroeg de NT2-afdeling hem mee te werken aan een nieuwe lesmethode voor anderstaligen: Code Nederlands.
Het eerste deel van deze taalmethode kwam uit in 1989, het tweede in 1990 – het jaar dat Folkert zelf overstapte naar de UvA. Daar zou hij tussen 2005 en 2019 de leerstoel NT2 en Meertaligheid bekleden, en in 2014 wetenschappelijk directeur worden van het INTT.  
“Met Code Nederlands sloten we aan bij een spiksplinternieuw soort NT2-onderwijs”, zegt Folkert. “In deze ‘communicatieve aanpak’, die opkwam in de jaren 80, zijn lessen meteen vanaf de start in het Nederlands. Maar dan wel zó dat studenten alles altijd kunnen begrijpen.” De methode ging daarnaast uit van het ‘Basiswoordenboek Nederlands’, een overzicht van de meest essentiële Nederlandse woorden. “Dat is nu normaal, maar toen nog niet.”

De methode werd in 1996 geactualiseerd. Folkert: “De maatschappij waarin studenten zich met de taal moeten redden, verandert voortdurend. De gulden wordt de euro, strippenkaarten verdwijnen, jongeren mogen pas op latere leeftijd alcohol kopen. Aan dat soort veranderingen moet je methodeteksten elke vijf à tien jaar aanpassen.”
Samen met zijn co-auteurs van Code Nederlands maakte Folkert in 2001 een blauwdruk voor een nieuwe methode die ‘taakgericht’ was. “Dat houdt in”, zegt hij, “dat je als student een combinatie van taalhandelingen moet uitvoeren om in een alledaagse situatie een taak te volbrengen. Neem de taak ‘eten bestellen in een restaurant’. De eerste taalhandeling is dan de menukaart lezen. Vervolgens moet je naar de ober luisteren. En daarna is het tijd om te zeggen wat je wilt.”

De didactiek

De blauwdruk leidde in 2004 tot een nieuwe methode: Code. “Hierin werd de communicatieve aanpak gekoppeld aan de taakgerichte”, vertelt Karolien. “De praktijksituatie werd het uitgangspunt. Dat was toen uniek in Nederland. Bij ander NT2-materiaal kwam zo’n situatie pas helemaal aan het eind – als er überhaupt al sprake van was. Studenten moesten dan eerst elke vaardigheid apart oefenen; in blokjes Lezen, Schrijven, Luisteren en Spreken. Daarna mochten ze die vaardigheden pas bundelen in een concrete context.”

Eén van de inspiratiebronnen voor Code was Atlas, een methode Engels als Tweede Taal van David Nunan. Folkert: “Deze bevatte bijvoorbeeld die taakgerichtheid. En Nunan deelde elke taak ook op in een voorbereidend, uitvoerend en reflecterend deel. Dat heeft Code eveneens overgenomen.”
Wat die indeling precies inhoudt? “Een student krijgt eerst een warming-up voor thuis. Bijvoorbeeld de opdracht om naar een tekst te luisteren of deze te lezen, zodat die hem alvast bekend maakt met de praktijksituatie en bijpassende woorden. In de klas oefent hij dan de taalhandelingen in deze situatie. Ten slotte gaat hij na wat hij geleerd heeft of nog verbeteren kan.” Dit alles vereist veel zelfstandigheid van studenten, zegt Folkert. “De docent is vooral begeleider bij de uitvoering.”

Het resultaat

Rond 2010 was ook Code toe aan een herziening. Karolien was vanuit het INTT één van de auteurs van CODE Plus, die in 2012 uitkwam. Een INTT-collega droeg eveneens bij aan deze methode, net als vier mensen van de VU. “Een aanzienlijk groter team dan bij de ontwikkeling van Code+”, de meest recente herziening, vertelt ze. “Die deden Anne en ik samen.”
“Best een flinke kluif, zo met z’n tweeën”, lacht Anne. “Maar het is gelukt!” Ze is tevreden met het resultaat, dat eind 2018 verscheen. “De mix van bewezen didactiek en actuele teksten wérkt gewoon. Zeker in combinatie met de bijpassende online omgeving. Daar kunnen studenten veel oefeningen en toetsen maken, waarop ze direct feedback krijgen van het systeem. Docenten kunnen er bovendien zien wat elke student gedaan heeft. Dit studentvolgsysteem maakt het veel makkelijker om gericht ondersteuning te geven. En dat komt de kwaliteit van NT2-onderwijs echt ten goede.”

“Voor toekomstige revisies houden we de taalkundige, didactische en maatschappelijke ontwikkelingen scherp in de gaten”, vertelt Anne. “Misschien voegen we binnenkort bijvoorbeeld meer praktijkopdrachten toe; oefeningen waarvoor studenten de straat op gaan, de samenleving in. De nieuwe inburgeringswet verplicht NT2-aanbieders om voldoende van zulke opdrachten aan te bieden. Althans, als ze een formeel keurmerk willen krijgen van de overheid.”
Karolien kan zich daarnaast voorstellen dat er over niet al te lange tijd al nieuwe video’s nodig zullen zijn. “Bewegend beeld is vaak snel gedateerd.” En Folkert? Die verwacht dat de hele methode op den duur volledig online zal worden. “Gedrukte lesboeken raken uit de tijd. Online methodes hebben de toekomst – ook voor NT2.”
 
Code+ wordt uitgegeven door ThiemeMeulenhoff. Meer weten over deze NT2-methode? Kijk op de website of neem contact op met onze klantenservice.

 

Folkert Kuiken NT2Folkert Kuiken is sinds 2014 wetenschappelijk directeur van het Instituut voor Nederlands Taalonderwijs en Taaladvies (INTT) van de UvA. Van 2005 tot en met 2019 was hij hoogleraar Nederlands als Tweede Taal en Meertaligheid. Hij was co-auteur van NT2-methode Code Nederlands en van de blauwdruk (‘PostCode’) voor opvolger Code (2004).


Karolien Kamma NT2Karolien Kamma is sinds 1999 docent aan het INTT. Ze geeft hier les aan hoogopgeleide anderstalige volwassenen en traint de schrijfvaardigheid van Nederlandstalige eerstejaarsstudenten. Ook is ze co-auteur van NT2-methode CODE Plus (2004) en zowel co-auteur als -eindredacteur van de meest recente opvolger: Code+ (2018).


Anne Hammers NT2Anne Hammers is sinds 2015 NT2-docent aan de VU, waar ze ook haar NT2-docentenopleiding volgde en stage liep. Naast lesgeven helpt ze materiaal te ontwikkelen of reviseren, waaronder Code+ (als co-auteur en -eindredacteur). Zij is nu bij NT2-docenten en -studenten op de VU hét aanspreekpunt met betrekking tot deze methode.