Hulp bij inloggen     winkelwagen
Mbo Magazine 2021

Hoe betrek je niveau-2-studenten bij je lessen?

“Alleen vragen wat ze willen is niet genoeg”


“Je geeft je onderwijs niet voor jezelf vorm, maar voor je student.” Aan het woord is Rinske van der Jagt. Zij is bij MBO Amersfoort verantwoordelijk voor de nieuwe vormgeving van niveau-2-opleiding Dienstverlening en helpende Zorg & Welzijn. “Hoe houden we onze lessen zo interessant en nuttig mogelijk? Die uitdaging grijpen we nu bij de horens.”


“Onderwijs dat aansluit op de actuele behoefte van onze studenten. Dat is het doel van de herinrichting van onze opleiding, een project dat we samen met De Veranderbrigade  gestart zijn. Voor dit project houden we natuurlijk rekening met de KD’s. Maar we kijken ook goed naar wat studenten willen. Bovendien gaan we na welke skills docenten hiervoor moeten hebben en hoe ze die kunnen krijgen. Daarnaast praten we met het werkveld – de stageaanbieders en potentiële werkgevers – over wat zíj zoeken in stagiairs en toekomstige medewerkers. Aan dit alles passen we ons onderwijs aan.”

De diepere behoefte

“Als we het hebben over ‘de actuele behoefte van onze studenten’, gaat het niet per se over wat zij het leukst vinden. Sommigen hebben bijvoorbeeld niet zoveel inhoudelijke interesse in onze opleiding. Zij beschouwen deze vooral als een opstap richting een niveau-3-studie. Veel anderen vinden maar een deel van de opleiding leuk. Als het aan hen lag, skipten ze bijvoorbeeld de zorgvakken. Niet alleen omdat ze sommige handelingen nogal gênant vinden, zoals het wassen van een levensechte pop. Maar ook omdat ze niet van plan zijn later iets met zorg te doen.”

“Toch hoort ook dat zorgdeel bij de opleiding. Ze kunnen niet alleen de dienstverleningsvakken volgen en dan een diploma verwachten. Daarnaast ontwikkelen ze tijdens zorgvakken en -stages ook waardevolle algemene vaardigheden. Op tijd komen, bijvoorbeeld. Of goed communiceren met leidinggevenden en collega’s. Deze werknemerskills willen de meeste studenten toch wel graag, omdat die hun kans op een goede baan vergroten. Ze hebben kortom diepere behoeftes, die het soms nodig maken om dingen te doen waar ze niet per se enthousiast van worden.”

De oprechte interesse

“Bij ons is het als docent essentieel dat je je studenten kent. Het liefst weet je van iedereen wie welke behoefte, voorkeuren, ambities, achtergrond en thuissituatie heeft. Dat helpt je om je lessen af te stemmen op elk individu. Zo houd je ze betrokken, toon je de relevantie van lesstof en vergroot je per student de lesimpact. Dit betekent dat je echt moet investeren in de relatie. Niet geleidelijk, maar zo snel mogelijk, en met iedereen in je lokaal – ook al heb je tien klassen van elk 25 studenten. Hen leren kennen is bovendien niet iets wat je wel even naast je ‘normale’ taken en regelwerk doet. Het heeft voorrang boven alles.”

“Zeker op niveau 2 is er in de eerste periode niets belangrijker dan oprecht interesse te tonen in je individuele studenten, te onthouden wat ze je vertellen, hier later weer naar te vragen en merkbaar rekening met hen te houden. Zodra je een beeld hebt bij het soort studenten dat je in je klas hebt, kun je ze groeperen in je hoofd. Bijvoorbeeld in studenten die willen en kunnen, studenten die willen maar nog niet kunnen en studenten die kunnen maar nog niet willen. Je weet dan bijvoorbeeld snel wie je wel of niet samen kan zetten voor een bepaald type uitleg of opdracht.”

De gevoelde veiligheid

“Zodra jij interesse toont in je studenten en laat merken dat je ze kent, voelen zij zich gezien, gehoord en serieus genomen. Voor veel niveau-2-studenten is dat een heel positieve en allesbehalve gebruikelijke ervaring. Eén die bijdraagt aan hun gevoel van veiligheid in de klas; cruciaal als je streeft naar gemotiveerde studenten die goed meedoen en het beste uit zichzelf halen. Dit gevoel van veiligheid versterk je extra door ‘echt’ te zijn; door te zeggen wat je meent, te doen wat je belooft, duidelijk te zijn over regels en iedereen hieraan te houden – ook jezelf. Doe je dit allemaal niet? Dan voelt dat juist onveilig voor ze.”

“Complimenteren is eveneens essentieel, of je dat nu doet omdat ze zich aan de regels houden of om andere prestaties. Een flink deel van je studenten is namelijk onzeker, omdat ze van jongs af aan hebben gehoord dat ze maar weinig kunnen. Velen zijn ook bang belachelijk gemaakt te worden, vaak omdat ze slachtoffer zijn geweest van pestgedrag. Ze houden zich daarom gedeisd, bijvoorbeeld achter in de klas of weggedoken in hun capuchontrui. Zoek als docent niet meteen de interactie met hen op. Doe dat eerst met iemand die wél durft mee te doen; die bijvoorbeeld een vraag stelt. Laat de hele klas zien dat interactie relevant, leuk en ongevaarlijk is.”

De extra alertheid

“De verhoudingen tussen studenten veranderen voortdurend, dus doet de groepsdynamiek dat ook. Als docent dien je die dynamiek voortdurend veilig te houden. Je moet continu kijken wat er gebeurt, waar je moet ingrijpen, wie een vermaning nodig heeft, wie een schouderklopje verdient – en je moet telkens inschatten hoe je dit het beste kunt doen. Natuurlijk geldt ook op andere niveaus dat je alert moet blijven, maar op niveau 2 is het allemaal nét iets intenser en intensiever. Als docenten die gewend zijn aan niveau 4 voor het eerst bij ons invallen, zijn ze achteraf vaak bekaf. ‘Je moet hier echt veel meer “aan” staan’, zeggen ze dan.”

“Niveau-2-studenten onderwijzen is dus zeker niet alleen kennis en vaardigheden overdragen. Het is ook grenzen stellen, zelfvertrouwen stimuleren en aandacht geven. Je taak gaat veel verder dan onderwijs alleen. Maar hoe zorg je dat je niet te ver gaat? Hoe houd je de focus op onderwijs? Wij doen dat onder meer door samen te werken met sociaal hulpverleners. En door elke student een ‘maatje’ te laten aandragen: een volwassene – zoals een familielid of sportcoach – die hem buiten de schoolmuren adviseert en motiveert. Met z’n allen maken we ons er sterk voor dat de student de opleiding doet die hem ligt, dat hij doorzet en dat hij dat ene grote doel behaalt: een prachtig diploma.”
 
* * *

Rinske van der Jagt stond jarenlang als mbo-docent Omgangskunde voor de klas. Ze ontwikkelde zich in de begeleiding van studenten en de aanscherping van onderwijs. Ook was ze zeven jaar projectleider van BOL-leerbedrijf De Koperhorst op MBO Amersfoort. Rinske gaf tot voor kort nog twee uur per week les, maar is nu fulltime projectleider van de nieuwe inrichting en vormgeving van de opleiding Dienstverlening en helpende Zorg & Welzijn.