Hulp bij inloggen     winkelwagen

Visie op het vmbo

VMBO-docent Hermen en Portfoliomanager Ad in gesprek over de prestatiegerichte maatschappij en meer maatwerk in het onderwijs.

De één stond lang geleden voor de klas op het mbo en geeft nu lesmethode MIXED voor het beroepsgerichte vmbo uit. De ander zet zijn jarenlange ervaring in het onderwijs nu in op bestuurlijk niveau en onderneemt initiatieven om met name het vmbo-onderwijs positief te verbeteren. Ad in den Haak en Hermen Schotanus Blok hebben hart voor het vmbo en bespreken met elkaar hoe ze vanuit hun eigen expertise een bijdrage kunnen leveren aan de grootste vorm van onderwijs in Nederland.

Interview vmbo

Ad: “Dag Hermen, goed je te zien. Hoe is het?” 
Hermen: “Met mij goed, maar ik krijg net in de auto bericht van een akkefietje op een school in Rotterdam, met steekwapens. Dat zijn altijd nare berichten. Ik heb gelijk even gebeld; het blijkt niet bij ons op school te zijn en ik hoor dat er gelukkig ook niemand gewond is geraakt.”
Ad: “Oei… gelukkig dat het goed afgelopen is. Was het op een vmbo-school of niet?” 
Hermen: “Daar raak je precies een gevoelige snaar. Bij een dergelijk bericht denkt iedereen: ‘Oh het zal wel op een vmbo zijn’. En iedereen binnen het vmbo denkt: ‘Het zal toch niet op mijn school zijn?’. Dat is het imago dat het vmbo heeft. 

 

“DE MAATSCHAPPELIJKE TREND OM VOOR HET ALLERHOOGSTE TE WILLEN GAAN, PAST HET VMBO DAARIN?”

 

Ad: “Daar wilde ik het dus precies met je over hebben. Ik las het boek De prestatiegeneratie en daarin komt het vmbo ook niet naar voren als een positieve vorm van onderwijs. De auteur schetst de maatschappelijke trend om alleen voor het allerhoogste te willen gaan. Daarin past het vmbo minder goed dan de havo of het vwo. Sterker nog, het vmbo lijkt in dat licht vooral een plek voor de jongeren die het allemaal niet aankunnen. Hoe kijk jij daar tegenaan?”

Hermen: “Wat wel opvalt is dat – hoewel het vmbo nog steeds het grootste deel van het voorgezet onderwijs vormt – er elk jaar minder vmbo-leerlingen zijn, misschien hangt dat hiermee samen. Niet dat we nou steeds intelligenter worden met z’n allen, maar wel dat er steeds meer druk ligt op prestaties en opleiding. Als ik op basisscholen kom, dan hoor en zie ik heel vaak dat ouders niet blij zijn als hun kind vmbo-advies krijgt. Ze kiezen ervoor om hun kind naar een scholengemeenschap te laten gaan, in de hoop dat het doorstroomt naar de havo. Dat werkt natuurlijk ook door op hoe een kind zijn eigen intelligentie en mogelijkheden ervaart. Als ze naar het vmbo moeten krijgen kinderen het gevoel dat ze ‘niet goed genoeg kunnen leren’ en dat ze ‘maar’ vmbo doen.”

Ad: “En die signalen uit hun directe omgeving beïnvloeden natuurlijk ook hoe docenten in hun vak staan. Ik merk dat ook als ik mensen op het vmbo spreek; veel docenten hebben door dit soort ontwikkelingen zelf ook dat gevoel dat ze ‘maar’ op het vmbo lesgeven. Terwijl zij juist zo’n ontzettend belangrijke rol spelen in het leven van hun leerlingen.” 
Hermen: “Op het vmbo is er meer aandacht voor de manier waarop het onderwijs gegeven wordt en de ontwikkeling van de leerlingen. Didactiek en persoonlijke aandacht staan boven vakinhoudelijke kennisoverdracht. Ook hierdoor voelen vmbo-docenten zich vaak ‘minder’ dan hun havo/vwo collega’s.” 

“OP HET VMBO IS ER MEER AANDACHT VOOR DE MANIER WAAROP HET ONDERWIJS GEGEVEN WORDT EN DE ONTWIKKELING VAN DE LEERLINGEN."

Ad: “Kunnen wij als uitgever specifieke aandacht geven aan de leermiddelen voor het vmbo, om het imago van het vmbo te verbeteren?”
Hermen: “Ja, zeker. Als je zorgt dat de lesinhoud en de lesstof die je aanbiedt aan leerlingen past bij de belevingswereld en het niveau van de leerlingen en het ze motiveert, dan draagt dat al enorm bij. Het is logisch dat kinderen niet gelukkig zijn als ze op een school zitten waar ze zich niet op hun plek voelen. Als een kind plezier heeft op school, vinden ouders het ook prettig om hun kind naar die school te sturen. En als leerlingen plezier in school hebben en ouders hebben vertrouwen, dan draagt dat ook bij aan hoe die docent voor de klas staat.”

Ad: “Hoe zou een educatieve uitgeverij docenten nog meer kunnen ondersteunen om het vmbo aantrekkelijker te maken voor leerlingen en ouders?” 
Hermen: “Het onderwijs is vorig jaar natuurlijk in razend tempo gedigitaliseerd en meer digitaal werken en op afstand lesgeven wordt de norm. Dat is echt een uitdaging voor docenten. Als je als methode-uitgever hierin kunt ondersteunen met bijvoorbeeld webinars of vragenuurtjes over hoe je online je lesstof op een leuke manier kunt aanbieden, dan scheelt dat al enorm veel uitzoekwerk en ergernis. Als online-technisch een beetje aan de hand genomen wordt en dit goed geregeld is, dan kun je je als docent weer op je leerlingen focussen.” 

 

"ZORG DAT DE LESINHOUD EN DE LESSTOF DIE JE AANBIEDT AAN LEERLINGEN PAST BIJ HUN BELEVINGSWERELD EN NIVEAU EN DAT HET ZE MOTIVEERT."

 

Ad: “Jij werkt zelf ook actief aan een positief imago voor het vmbo, met jouw platform VMBO-docent.” 
Hermen: “Ja, klopt. Toen ik zelf docent op het vmbo was, had ik het ontzettend naar mijn zin voor de klas. Ik herkende die negatieve gevoelens over het vmbo totaal niet en ben toen gaan nadenken wat ik kon betekenen; hoe ik docenten weer trots kon laten zijn op hun vak. Ik noemde mezelf VMBO-docent en maakte een Instagram en Facebook account aan, waar ik verhalen deelde over mijn lessen, nieuws over het onderwijs en vooral grappen. Humor is voor mij persoonlijk heel belangrijk tijdens het werk. Als je kunt lachen met je leerlingen, dan komt de rest vanzelf. In korte tijd gingen veel docenten, ouders en leerlingen de pagina’s volgen. Kennelijk was er behoefte aan een positief geluid uit het vmbo.”

Ad: “Naast VMBO-docent houd je je ook bezig met andere activiteiten om het vmbo in een positief daglicht te zetten: Meester Rembrandt. Vertel daar eens iets meer over?”
Hermen: “Ja, dat is ontstaan vanuit presentaties die ik wel eens mocht geven bij OCW. Vaak zei ik in die presentaties: ‘Als Rembrandt nu had geleefd, dan had hij geen les mogen geven’. Daarmee bedoelde ik niet dat docentbevoegdheden niet belangrijk zijn, maar wilde ik aangeven dat mensen die iets heel goed kunnen, experts, leermeesters eigenlijk, óók ingezet zouden moeten worden in het onderwijs – ook al zijn ze geen docent. Daarom zijn we een onafhankelijk platform gestart waar het onderwijs en leermeesters met elkaar in contact kunnen komen. Wij onderwijzen en ondersteunen docenten in hoe ze leermeesters het beste kunnen inzetten in de les. Want uiteindelijk moeten hun lessen natuurlijk effectief geïmplementeerd worden. Misschien zouden lessen van leermeesters zelfs opgenomen kunnen worden in lesmethodes.”

"KENNELIJK WAS ER BEHOEFTE AAN EEN POSITIEF GELUID UIT HET VMBO."

Vmbo-docent Hermen

Hermen Schotanus | RoyalHaskoning

Hermen: “Hoe betrekken jullie docenten eigenlijk bij het ontwikkelen van lesmethodes, Ad?”
Ad: “Onze auteurs zijn meestal docenten. Dus wij halen de lessen uit de klas naar onze leermiddelen. Wat we wel zien is dat een groot deel van onze auteurs van een heel andere generatie is dan de jonge docenten die nu voor de klas staan. Ik zou zelf graag zien dat er meer jonge auteurs meewerken aan de doorontwikkeling van de methodes.”
Hermen: “Docenten van nu hebben misschien wel het gevoel dat ze meer coach zijn, dan inhoudelijke vakman. Kinderen moeten nu allemaal persoonlijk op hun eigen niveau gaan werken. Er mag niet tevéél instructie gegeven worden, iedereen werkt op een ander moment en op een andere plek… Veel docenten zullen misschien denken: ‘Wat heeft het dan nog voor zin om een theoretische methode te gaan maken?’.”

 

"FORMATIEF TOETSEN EN HET VOLGEN VAN DE LEERLINGEN WORDT STEEDS BELANGRIJKER."


Ad: “Dus wij moeten ook meer inspelen op die flexibiliteit die van docenten gevraagd wordt, om hen hierbij te ondersteunen? Docenten middelen geven om hier in de praktijk vorm aan te geven?”
Hermen: “Ja, het komt nauwelijks nog voor dat docenten voorin het boek beginnen en het dan in de volgorde van het boek doorwerken. Misschien moet er wel minder nadruk komen op hoofdstukken en cijfers, en moeten we meer toe naar thema’s en vaardigheden. Dingen die je op enig moment gewoon kunt, ja of nee. En dat je op basis daarvan door kunt met het volgende thema.”

Ad: “Dus formatief toetsen en het volgen van de leerlingen wordt steeds belangrijker.”
Hermen: “En daarop handelen als docent. Want als je les geeft voor het gemiddelde, blijkt dat de leerlingen die starten met minder vaardigheden dan het gemiddelde vooruit gaan en de leerlingen met een hoger niveau juist achteruit. Je zou bijvoorbeeld punten kunnen geven voor vooruitgang in plaats van voor het niveau waarop ze zitten. Dan beloon je de leerling die zijn stinkende best heeft gedaan om beter te worden. En laat je leerling nog steeds op hetzelfde hoge niveau zit en niets heeft uitgevoerd weten dat het tijd is om aan het werk te gaan.” 

"JE ZOU PUNTEN KUNNEN GEVEN VOOR VOORUITGANG IN PLAATS VAN VOOR HET NIVEAU WAAROP DE LEERLING ZIT"

Interview vmbo

Ad: “Wij als uitgevers kregen heel vaak van schooldirecties de vraag om alle lesmateriaal van alle niveaus beschikbaar te maken, zodat je de betere leerling lesstof kunt aanbieden van een hoger niveau en andersom. Om te kunnen differentiëren. Dat hebben we gedaan - wat een behoorlijke technische operatie was - maar een docent maakt hier in de praktijk nog niet zoveel gebruik van.” 

Hermen: “Dat kan ik me voorstellen, want je vraagt nogal wat van die docent als je zegt: ‘Geef die vmbo-leerling dan maar vwo-opgaven’. Want de vwo-methode sluit misschien niet aan op wat je op dat moment in het vmbo aan het doen bent en als vmbo-docent moet je je inlezen in nieuwe lesstof of een hele andere methode, allemaal voor één leerling. Je overvraagt een docent volledig als hij alle leerlingen in al zijn klassen op verschillende niveaus moet opleiden.”

Ad: “Dus niet doen, dat differentiëren?”
Hermen: “Jawel, zeker wel, want voor de kinderen is het beter. Misschien loopt een leerling op een paar essentiële vakken achter omdat zijn thuissituatie niet optimaal is. Of misschien zit iemand gemiddeld gezien op het juiste niveau, maar blinkt hij uit in één specifiek vak. Dan wil je zo’n kind wel kunnen stimuleren en motiveren. Er wordt ook wel gesproken over maatwerkdiploma’s. Dan zeg ik: ‘Veel logischer voor de leerling, maar op de manier waarop we het nu willen aanpakken niet te doen voor docenten’. Dan moeten we het onderwijs anders gaan indelen.”

 

"BLIJF HET ONDERWIJS BETREKKEN BIJ HETGEEN WAT JE MAAKT, DAN WEET JE WAAR DOCENTEN TEGENAAN LOPEN EN ENTHOUSIAST VAN WORDEN. EN KUN JE DAAROP INSPELEN."



Ad: “Hoe zou je het dan anders indelen?”
Hermen: “Ik denk dan aan een systeem van klasswitchen. Waarbij je klas je mentorgroep is, die bestaat uit vmbo, havo en vwo leerlingen. Met deze klas doe je praktische vakken zoals Techniek, Muziek en Sport. En dat je bij de theoretische vakken zoals Wiskunde, Engels en Biologie gaat differentiëren, dat je dan als leerling in de klas van jouw niveau gaat zitten.”
Ad: “Dat vraagt een behoorlijke omschakeling.”
Hermen: “Zeker, maar als je wilt dan kan het. Het systeem dat we nu hebben is ontzettend lang geleden ingericht en de maatschappij is wel echt veranderd. Het is complex en lastig, maar niet onmogelijk.”

Ad: “Tot slot Hermen, heb je nog een advies voor ons als educatieve uitgevers?” 
Hermen: “Blijf het onderwijs betrekken bij hetgeen wat je maakt. Als je echt goed contact hebt met je doelgroepen, dan weet je wat er speelt. Dan weet je waar docenten tegenaan lopen en enthousiast van worden. En kun je daarop inspelen. Naast de methode moet je als docent natuurlijk ook zelf les geven en leerlingen dingen aanbieden; we zijn geen methodeslaaf. Maar het is wel heel prettig als je methode zo fijn en compleet is dat het je ruimte geeft om aandacht te besteden aan andere dingen. En als de methode je zelfs nog iets bijleert en inspireert om meer uit je eigen vakgebied te halen. Dat motiveert ons als docenten ook om hier meteen mee aan de slag te gaan.”