Didactiek

Luisteren en spreken

Iedere unit starten leerlingen met het beluisteren van de woordenschat. Intussen lezen ze de woorden en zinnen mee op het Vocabulary-sheet. Daarop zien jouw leerlingen illustraties om de betekenis te verduidelijken.

Leerlingen krijgen steeds voldoende tijd om het woord of de zin na te zeggen en de uitspraak te oefenen. In de handleiding vind je tips hoe je jouw leerlingen kunt begeleiden en het actieve taalgebruik stimuleert. 

Lezen en schrijven

In de Worksheets gaan leerlingen vervolgens aan de slag met verschillende soorten oefeningen; van invuloefeningen tot spelletjes en puzzels. Hiermee oefenen ze de vaardigheden actieve en passieve woordenschat, zinsbouw, woordbouw en basisgrammatica.
De instructies in het Worksheet zijn in het Engels, waarbij leerlingen de hulpkaarten kunnen gebruiken voor vertalingen en voorbeelden.

Grammatica

Leerlingen leren in Just do it de regels van het Engels ongemerkt en impliciet door veel naar taal te luisteren en zelf te spreken. Zo gebeurt dat ook bij het aanleren van hun moedertaal. Daarnaast besteedt unit D expliciet aandacht aan grammatica. De uitleg bevat duidelijke voorbeelden die logisch bij elkaar staan. De voorbeelden zijn ook op de audio-cd te beluisteren. De impliciete kennis die leerlingen hebben opgedaan in de eerste units komt dan expliciet terug.

Zelfvertrouwen

Leerlingen kunnen zelf de Worksheets zelfstandig of klassikaal nakijken. Omdat het belangrijk is dat leerlingen zelfvertrouwen ontwikkelen om Engels te leren, worden ‘spelfouten’ niet te streng beoordeeld. Het gaat erom dat als alles uiteindelijk goed in het werkboek staat, leerlingen het later nog eens kunnen nalezen.

Lees meer over differentiatie 

Lees meer over opbouw en toetsing