Lock Digitale leeromgeving winkelwagen

NT2

Taalprogressie met taakgericht leren

Sarah Hettema werkt sinds 17 jaar in het onderwijs, waarvan 10 jaar Sarah Hettema, docent NT2als NT2-docent bij de Universiteit van Amsterdam aan het INTT - het Instituut voor Nederlands Taalonderwijs en Taaladvies. Het INTT biedt een breed scala aan taalcursussen. Hettema geeft met name les aan jonge, hoogopgeleide anderstaligen, zoals studenten die hier een studie volgen of bezig zijn met een onderzoeksbaan en ook aan expats en hoogopgeleide statushouders die een leer- werkproject volgen. De cursussen bereiden voor op deelname aan het Staatsexamen Programma II. Hettema is een enorme taalliefhebber. “Ik vind het ontzettend interessant om te zien hoe cursisten taalprogressie maken en op welke manier zij leren. Dat is bij iedereen weer anders.”

   Taakgericht leren met Code+

Schriften voor NT2 onderwijs van ThiemeMeulenhoffHettema maakt bij het INTT gebruik van Code+, de NT2-cursus van ThiemeMeulenhoff voor hoogopgeleide anderstalige volwassenen en is daar erg over te spreken. “Code+ is een taakgerichte methode, afgestemd op wat cursisten in hun dagelijks leven tegen kunnen komen en kunnen gebruiken, met oefeningen aan de hand van verschillende thema’s. Hiermee stimuleren we cursisten om ook buiten de les actief aan hun woordenschat te werken.”

De lessen die Hettema met Code+ geeft, zijn gebaseerd op het ‘flipping the classroom’- concept. “Cursisten moeten zich hierbij thuis steeds goed voorbereiden op elke les. Denk aan teksten lezen en aan de slag gaan met audio- en videofragmenten, gekoppeld aan taken die zij direct in hun dagelijks leven kunnen toepassen. Elke les van drie uur vraagt hiermee ook zo’n drie uur voorbereidingstijd van de cursist.”

En dat is nogal wat, zeker als je kijkt naar het aantal lessen per week. Bij de intensieve cursus volgen cursisten 4 lessen per week, bij de semi-intensieve cursus zijn dat er 2 per week. De intensieve cursus begeleidt cursisten in één jaar tijd van niveau A1 naar B2, de semi-intensieve cursus duurt anderhalf jaar.

 

   Wat is het voordeel van het ‘flipping the classroom’- concept?

Hettema: “Cursisten hebben zich thuis al verdiept in leesteksten en audio- en videofragmenten en vervolgens gaan we daar in de les mee verder. Dat bevordert het herhalingseffect. En dat is belangrijk, want bij woordenschat-verwerving draait het met name om herhalen, herhalen en herhalen. Bovendien zullen cursisten ook buiten de les om actief met het leren van Nederlands moeten zijn, anders komen zij niet goed mee in de les.”

De leesteksten en audio- en videofragmenten waarmee de cursisten thuis als voorbereiding op de les aan de slag moeten, zijn vanzelfsprekend steeds aangepast aan het niveau van de cursist. Op het hoogste niveau gaat het veelal om authentieke fragmenten uit de media, zoals kranten en radio- en televisieprogramma’s en talkshows.

Bij alle cursussen draait het in eerste instantie met name om sociale zelfredzaamheid. Hettema: “Op niveau A1 gaat het dan om basale zaken als jezelf voorstellen, groeten en een formulier invullen. Op A2 niveau moet een cursist bijvoorbeeld iets kunnen vertellen over een culturele activiteit die hij of zij heeft ondernomen. Bij B1 gaat het vervolgens om meer complexe taken, zoals discussiëren over een gezonde leefstijl en een mening kunnen geven over een actueel onderwerp. Niveau B2 is gericht op professionele zelfredzaamheid en de vaardigheid om gesprekken op meer abstract niveau te kunnen voeren.”

 

   Een goede woordenschat opbouwen: er is niet één manier voor

Oefenen met lezen voor NT2 ThiemeMeulenhoffHet aantal leerwoorden in Code+ bedraagt ongeveer 5.200 woorden. Dit zijn de woorden die op basis van relevantie en frequentie zijn geselecteerd en vervolgens in de leergang op gestructureerde, systematische wijze worden aangeboden. Het gaat hierbij om intentioneel leren. “Daarom is veel wat wij in de lessen doen gericht op consolideren. We zorgen ervoor dat cursisten heel bewust en systematisch met de doelwoorden in aanraking komen en heel gericht met de leerwoorden aan de slag gaan. Dat zorgt ervoor dat zij gemotiveerder bezig zijn. En we zorgen voor voldoende input, zodat ze kunnen automatiseren.”

Daarnaast speelt motivatie van de leerder ook een rol bij de snelheid van woordenschat-verwerving. Hettema: “Het is belangrijk dat cursisten zelfstandig en gemotiveerd kunnen werken. Natuurlijk leert de een gemakkelijker dan de ander en heeft iedere cursist een eigen tempo en ritme, maar onze lesmethode vraagt in elk geval echt om zelfstandigheid. Bovendien staat of valt alles bij de motivatie van de cursist. De wil om te leren moet echt uit de cursist zelf komen. Als de cursist wordt gestimuleerd om op de werkvloer ook Nederlands te praten, kan dat positief bijdragen aan taalontwikkeling.”

De incidentele woordenschat-verwerving speelt daarnaast ook een rol. “Het gaat hierbij om woorden die je leer als 'bijvangst’ van (met name) lees- en luisteractiviteiten. Dit gebeurt zowel binnen als buiten de les. Een cursist onthoudt echter slechts 5 tot 10% van de woorden op deze manier, en dan nog wel voornamelijk bij leesactiviteiten. Incidenteel leren is daarmee ongeschikt om snel nieuwe woorden te leren. Het is wel noodzakelijk om na of buiten de cursus nieuwe woorden te leren.”

   Feitje: je moet een nieuw woord minimaal 7 keer tegen gekomen

“Dan pas beklijft het en kun je het opnemen in je lange termijn geheugen. Dus het draait allemaal om herhalen, herhalen, herhalen. We kunnen daarbij als docent helpen door bijvoorbeeld de leerwoorden steeds in verschillende contexten aan te bieden. Ook geven we tips, zoals: leg een woordenschriftje aan. Daarnaast zijn er ook veel woordherhalingsoefeningen die de cursisten zelfstandig kunnen maken in de online leeromgeving van Code+. Bovendien stimuleren we de cursisten zoals gezegd om ook buiten de lessen met de Nederlandse taal bezig te zijn. Als een cursist een bepaald niveau heeft afgerond, geven we individuele tips hoe hij/zij de Nederlandse taal kan blijven gebruiken en we reiken bronnen aan om de lees- en luistervaardigheid te blijven trainen.”

Geschreven door Ida Bromberg