Het basisexamen inburgering bestaat uit twee delen:
U legt het examen af via een telefoon die in directe verbinding staat met een sprekende computer. U hoort de vragen die de computer stelt via een hoofdtelefoon. U moet daarop antwoord geven via een microfoon die aan de hoofdtelefoon vastzit. U kunt deze computer géén vragen stellen. Als u vragen hebt, moet u die stellen voordat het examen begint. Als het examen eenmaal is begonnen, kunt u geen vragen meer stellen.
Uw antwoorden worden automatisch beoordeeld door een examencomputer.
Het examen wordt afgenomen bij de Nederlandse ambassade in uw land. U hoeft tijdens het examen NIET te lezen of te schrijven.
In de volgende documenten vindt u informatie over de aanpassing van de
slaaggrens van het basisexamen inburgering.